De Bus 2. De vrouw met de reisgids

Ze houdt haar ogen gesloten. Het schijnt haar dat ze al lange tijd minder moeite heeft ze te sluiten dan ze geopend te houden. Ze weet niet precies wanneer dat gevoel begonnen is. Wel weet ze de oorzaak maar daar wil ze niet aan denken. Haar gedachten zijn haar te lief. Ze houdt van het teruggaan in de tijd en de beelden van toen als een 8milimeter film af te draaien. Korte fragmenten die schokkend dichtbij, achter haar oogleden, bijna de illusie wekken van tastbaarheid. Ze kan zelfs bijna de warmte voelen van het lijfje.
De beelden volgen elkaar op. Bijna willekeurig aan elkaar geplakt, zonder geluid, een blik, een lach, grote ogen die zonder blinken in haar lens kijken.
Ze zijn nog niet vertrokken dus ze heeft alle tijd haar filmpjes af te draaien. Het geeft haar rust en een glimlach vormt zich op haar gezicht. De reisgids die in haar handen geklemd op schoot ligt, geeft haar houvast. Ze is zich bewust dat het misschien vreemd is dat ze daar zo zit. Aan de andere kant beseft ze dat een ieder toch altijd meer gericht is op zichzelf, veel minder bezig met een ander dan je denkt. Het hele ongemakkelijke gevoel dat ‘wat mensen van haar denken’ heeft ze steeds meer losgelaten. Toch komt het af en toe nog omhoog. Ze hoort de stem van haar moeder, ‘denk aan de buren!’ Het is een hardnekkige gedachte die toch af en toe de kop opsteekt. Ze heeft geleerd deze snel weg te drukken.

Afscheid nemen van haar klas is er bij ingeschoten. Ze had niet verwacht dat ze zo plotseling zouden vertrekken. Haar leerlingen zijn een beetje haar kinderen, al verbindt ze zich elk jaar weer aan een nieuwe groep jonge en onbeschreven gezichtjes waar zij in een jaar tijd iets op mag schrijven. Zoals je op een leeg vel papier de eerste woorden zet. Elk begin is belangrijk denkt ze bij zichzelf. De eerste woorden geven een vorm. Daarna kan je nog alle kanten op maar het bepaalde wel al een richting. Of wil ze dat geloven? Gelukkig heeft ze inmiddels geleerd om los te laten. Alles.
Zouden ze haar missen?

Ze voelt zijn warmte naast zich, hoort het geritsel en gekraak van de krant die hij leest. Althans, of hij echt leest, weet ze niet. Misschien zit hij wel te dromen en verschuilt zich achter de krant. De impuls om hem even aan te stoten onderdrukt ze, hij houdt van rust. Toen hij bij het instappen had voorgesteld achterin te gaan zitten was ze opgelucht. Af en toe kijkt ze door haar oogharen de bus in die ze vanaf haar plek goed kan overzien.

Er hangt er een jongen op zijn kop in het gangpad. Het lijkt wel een vleermuis. Wat een vreemd gezelschap. Maar ach, daar is zij onderdeel van. Het maakte dus niet uit dat ze haar ogen dicht heeft en af en toe glimlacht als een tevreden Boeddha.
Het verdriet waar ze niet aan wil denken kan ze misschien eindelijk loslaten. Het gemis, de pijn ligt achter haar. Tijd voor nieuwe wegen en misschien zelfs een wederzien.
Het fysieke gemis is misschien wel het meest zwaar. De niet tastbare aanwezigheid is er wel, dat weet ze. Altijd aan haar zijde, waar ze ook gaat.
Een troostrijke gedachte.

De Bus

Proloog De Bus

Dit verhaal heb ik geschreven in 2015 en is ontstaan uit een metafoor, die een leraar gebruikte tijdens de opleiding Psychologie. Het is het eerste korte verhaal dat ik heb geschreven.

Wij hebben allen meerdere persoonlijkheden in ons die allemaal een rol spelen. Soms raakt er ‘iemand’ kwijt, spelen kanten van ons een te kleine rol, of worden zelfs helemaal vergeten. De gemene deler is dat al onze (personages) passagiers in dezelfde bus zitten en dat er maar één de chauffeur kan zijn.

De Bus is een feuilleton waar iedereen zijn eigen verhaal heeft.

1. De reisleidster

Vermoeid legt ze haar handen in haar nek, en masseert de spanning weg die zich heeft opgehoopt. De bus zit vol. Er is heel wat aan vooraf gegaan voordat ze überhaupt allemaal in de bus zaten. Met de lijst in haar handen draait ze zich om naar haar passagiers. Iedereen praat door elkaar, enkelen hangen in een heftige discussie verwikkeld over de leuning in het gangpad.

Achter de chauffeur zit zoals gewoonlijk mevrouw ‘Controle’ en naast haar zit mevrouw ‘Bang’. Check.
Het is een raar stel. Ze stappen altijd als eerste de bus uit en in. Gelukkig zijn de dames stil en rustig. Mevrouw Bang heeft altijd haar hand op de arm van mevrouw Controle en fluistert onverstaanbare dingen in haar oor. De huid van mevrouw Bangs gezicht lijkt op perkament en ze kijkt altijd zorgelijk.

In de rij erachter zit die rare gast met piercings door zijn wenkbrauwen. Hij staart meestal als een zombie uit het raam en het is haar een raadsel wat hij bij het gezelschap doet. Check.
Daarnaast zit een wat knorrige man. Hij heeft altijd een stellige mening klaar en die is zelden positief. Hij hangt over de leuning en voert een heftige discussie met de man aan de andere zijde van het gangpad. Zijn stem klinkt hard en schel en hij maakt wilde armgebaren. Check.
Zijn gesprekspartner is pas écht een onruststoker. Volgens haar vindt hij het leuk om iedereen op te fokken, in het bijzonder meneer ‘Knorrig’. Zo af en toe vangt ze flarden op van hun discussies en meestal gaat het over politiek.
Naast meneer ‘Onruststoker’ zit een wat bijzonder vrouwtje. Gekleed als een ballerina zit ze vaak zachtjes kinderliedjes te neuriën. Ze lijkt wel een beetje op die koningin van de plastische chirurgie. Wat is haar naam ook alweer? Die met die duiven. Gestoorde dame. Check.

In de hele rij erachter zitten vier pubers en terwijl ze bij hun namen een vinkje zet, zijn zij druk verwikkeld in een lunchpakket gevecht. Een van hen heeft een stuk boterhamworst over zijn gezicht gelegd en probeert het op die manier te nuttigen terwijl zijn buurman met een pakje sap met rietje richting zijn kornuiten spuit. Dat alles gaat gepaard met veel geschreeuw en hilarisch gelach op die typisch overslaande en schelle toon, die aangeeft dat hun stembanden in de overgang zijn.
Dan hebben we nog die twee deftige, stijlvolle PC Hooftstraat dames. Zij zitten met hun tas op schoot, zeer zeker een Chanel of iets dergelijks, naar elkaar toegebogen. Ze bewonderen elkaars make-up en hun hoge doordringende kreetjes van goedkeuring komen boven het gekrakeel in de bus uit. Check.
De jongen en het meisje naast de dames hebben een lugubere uitstraling. Geheel in het zwart gekleed en ogen als kooltjes. Gothic heet dat. Ze dragen de hele reis al oordopjes en luisteren waarschijnlijk naar Death Metal. Check.
Iets daarachter zitten de ‘Herrieschoppers’, hoewel daartussen een mooi meisje met een sereen gezicht gewoon een boek zit te lezen. Ze heeft haar wel eens gevraagd hoe ze dat kan en het meisje had geantwoord dat ze zich met herrie beter kan concentreren. Dat is nu helemaal bewonderenswaardig want de lastpakken staan, hangen en liggen op dit moment in het gangpad.
Eén jongen hangt ondersteboven aan het noodluik, met zijn tenen om het handvat geklemd. Zijn zwarte shirt is over zijn hoofd gezakt en hij lijkt op een vleermuis. Check.
Een ander ligt languit op de grond. Althans, hij kruipt over de grond, duidelijk op zoek naar iets dat gevallen is en schreeuwt ondertussen onsamenhangende kreten naar zijn buurman. Zijn buurman staat gekleed in een ochtendjas hardop gedichten te reciteren. Check.

De achterste bank is misschien nog wel het meest normaal. Daar zit de man in pak, en die leest de krant. Het NRC zo te zien. Daarnaast zit een dame met haar ogen dicht die als enige een reisgids bij zich heeft. Dat weet ze omdat ze hem wel eens van haar leent. Check, Check.
In de stoel ernaast zit een hele witte kale man. Hij is broodmager en heeft afhangende schouders. Doodeng. Check.
Als laatste het enige kind in het gezelschap. Die hoort waarschijnlijk bij de man en vrouw aan de andere kant van het gangpad. Ze zitten nooit bij elkaar. Het kind zit altijd naast de ‘Enge’ man. Ze is er nog niet achter of het kind een jongen of meisje is, het lijkt meer een engel. Mollig, blond en bijna doorzichtig. Check.

Iedereen is er. Dat is al heel wat. Ze draait zich om en kijkt naar de weg die voor haar ligt. De bus staat nog steeds stil op de parkeerplaats. De chauffeur heeft de motor gestart, kijkt haar aan en vraagt: ‘Zeg het maar?’

Ze weet het niet. Het is al bijna middag. Iedereen bijtijds de bus in loodsen en de chaos die dat had opgeleverd, heeft al haar energie opgezogen.

‘Ga maar vast rijden,’ zegt ze. ‘We zien wel welke weg we nemen.’

Ze is een reisleidster van niks, denkt ze. Misschien moet iemand anders morgen haar rol maar overnemen. Dan komen ze nog ergens.

 

Tijgerprintje

Mijn lief zegt dat ik er de benen voor heb. Voor een kort rokje met blote benen. In de zomer. Het feit dat mijn onderdanen nooit, maar dan ook nooit, lekker bruinen in de zon weerhoudt mij van deze kledingactie.
Dan draag ik liever een driekwart broek of een lange rok bij de sporadische  hittegolven in Nederland.
Totdat ik bij de Etos stilsta bij de voordeelbak. Zelf bruinende sprays en crèmes liggen mij aan te kijken. Van Ambre Solaire, dus niet zomaar een merk. Van 16,99 voor 3,50 schreeuwt het bord, dat boven de bak hangt, mij toe. Kijk, das interessant.

Ik lees de gebruiksaanwijzing van de spray. Gehele lichaam scrubben, goed afdrogen, blabla. Vanaf 40 cm het lijf of lichaamsdelen gelijkmatig insprayen en níet, ik herhaal níet uitsmeren. Mooi, geen gekloot dus met ongewenste zelf bruinende handpalmen.
In de zaak vraag ik wat het meest effectief zal zijn. De crème of de spray.
‘Mevrouw, dat is heel persoonlijk. Belangrijk is dat beiden goed uitgesmeerd worden over de lichaamsdelen.’
Oja, die heeft zich dus goed ingelezen in de gebruiksaanwijzing van de spray. Not. Desalniettemin ga ik voor de spuitbus.

Thuisgekomen scrub ik de bevallige beentjes en droog ze hardhandig af met een rulle handdoek.
Ja, en nu? Als ik in de badkamer ga lopen sprayen zitten mijn tegels in no time onder de bruine zooi.
Ik gooi de balkondeuren open en negeer de mogelijke voyeurspraktijken van de overburen.
Gekleed in een t-shirt en slipje neem ik de spray ter hand, schud flink en richt op mijn onderdanen.
Gelijkmatig spuit ik het goedje over mijn bovenbenen, onderbenen en knieën. De scheenbenen krijgen een extra spuitje, die zijn écht, écht heel wit.
Zodra het spul een beetje begint te druipen besluit ik dat het goed genoeg is. Ik zwaai vriendelijk naar de overbuurman en trek mijn slipje recht.

Nu is het zaak om te boel op te laten drogen zonder vlekken te creëren. Daar moet ik wel een half uurtje voor uittrekken. Half in mijn blote kont trek ik de overgordijnen dicht, zodat ik nog enigszins vrij kan rondlopen in mijn eigen huis alvorens ik mij weer aankleed.
’s Avonds bekijk ik het resultaat in de spiegel. Daar waar ik mooi egaal gebruinde benen verwacht te aanschouwen, klaar voor een sexy rokje, zie ik een craquelé kunstwerk. WTF! Snel trek ik mijn broek  aan, om deze na tien seconden weer uit te trekken om de schade eens goed te inventariseren. Ik lijk GVD wel op een pantervelletje. Alsof ik zo’n goedkope legging met tijgerprint van de Action aanheb!
Behoorlijk vertiefd probeer ik de onregelmatigheden van mijn benen af te scrubben, maar het enige wat ik bereik is dat mijn huid tot bloedens toe mishandeld wordt. Kak! Dit moet er dus echt uitslijten. Bedankt Ambre Solaire, met je absoluut niet uit mogen smeren. Werkt voor geen meter. Ik voel een schadeclaim aankomen naar dit malafide bedrijf.

Het korte rokje gaat de kast weer in. Totdat de temperaturen dusdanig gezakt zijn dat er een mooie, egale panty onder gedragen kan worden.
Bewijsmateriaal van de gehavende, ooit zo sierlijke benen, kan worden opgevraagd via reacties.

 

Ouderwets

Veel vrouwen geven aan dat ze het ook als beledigend ervaren als een ‘goede vriend’ hun opeens seksueel benadert. Het voelt als een soort verraad van de vriendschap die in de loop der jaren is ontstaan en het roept veel vragen op over de oprechtheid van die vriendschap.

Nou zeg ik al heel lang dat vriendschap tussen man en vrouw een illusie is. Illusie is misschien een verkeerd woord. Het is mogelijk een soort van vriendschap te hebben met een man maar dan op gepaste afstand.
Gaat ES hier nou verkondigen dat de ‘ouderwetse’ gepaste afstand tussen man en vrouw weer ingevoerd moet worden?
Nee, maar het zou wel wenselijk zijn.
Er is de laatste tijd een tendens om een eventuele partner eerst goed te leren kennen.

Ik weet niet wanneer de eerste online datingsite is ontstaan, waarschijnlijk rond 2004, maar ik weet wel hoe verbaasd ik was toen de vader van mijn kinderen drie weken nadat we uit elkaar waren riep dat hij al ‘een ander’ had.
Natuurlijk hoopte hij op een emotionele uitbarsting, maar mijn reactie was meer van nieuwsgierige aard. Een beetje besmuikt liet hij los dat er een site op internet bestond, waar je laagdrempelig iemand kon ‘scoren’.
Het was voor mij iets onvoorstelbaars.

Ik dacht aan alle liefdes in mijn leven waar soms maandenlang ‘aanlooptijd’ bij kwam kijken, voordat de eerste kus werd uitgewisseld.
Nieuwsgierig als ik ben ging ik op zoek naar ‘die site’ en schreef me in. Toen was er nog maar één en een grappig detail is dat ik daar familieleden aantrof waarvan ik nooit had verwacht ze daar te vinden.

Het is niet te beschrijven wat er toen gebeurde. Waar voorheen maanden overheen gingen om één iemand te leren kennen, kreeg ik nu in een paar uur tijd de hele doopceel van tientallen mannen ineens. (Toen nog tenminste, inmiddels is iedereen blasé en moe geluld en beperkt zich tot: Hé, hoe is het?)
Als schrijfster in de dop was het een Luilekkerland. Al die verhalen, de levensbeschrijvingen en emoties van het andere geslacht gaven me een gelukzalig gevoel, een soort euforie. Mijn nieuwsgierigheid draaide overuren.
Hoe makkelijk werd het om in andermans verhaal te stappen, je eigen leven even opzij te zetten en je virtueel te verplaatsen, zoals ik voorheen alleen tijdens het lezen van een boek had ervaren.
Veilig achter mijn computer ontdekte ik dat mannen ook maar mensen zijn, maar algauw drongen de meesten aan op een fysieke afspraak.

Inmiddels zijn er legio sites, voor ieder wat wils. Het is de afgelopen jaren heel normaal geworden om fysiek af te spreken na het uitwisselen van luttele gegevens. Het afspreken varieert van een drankje, samen eten, bioscoop tot letterlijk gelijk bij elkaar thuis met een duidelijke ‘insteek’.

In de afgelopen tien jaar is men gewend geraakt dat het ontmoeten van nieuwe mensen, of het scoren van een avontuurtje, een minnares/minnaar, een nieuwe partner of anders… een fluitje van een cent is. Velen zijn het moe, de chatsessies, de schone schijn, de vluchtigheid.
Voor mij lijkt het of het gros van de vrijgezellen verlangt naar het ouderwets investeren, het rustig opbouwen van een band, échte gevoelens en een diepe behoefte aan vertrouwen krijgen in de ander.

In vroegere tijden heette dat in eerste instantie verkering en daarna volgde een ‘verlovingstijd’. Al met al nam dat soms twee jaar of langer in beslag en om in die tijd je anders voor te doen, was redelijk onmogelijk.

Het leven is sneller geworden. Ons brein is in staat sneller te schakelen, maar in de liefde is dat misschien niet zo zinvol.
Ik spreek nu misschien met bovenstaande mijn eigen column – Over de datum – tegen.
In die column ervaar ik het, en veel vrouwen met eenzelfde ervaring, als beledigend als een goede vriend na jaren vriendschap onverwacht seksuele toenadering zoekt. Het was tenslotte een vriendschap, geen verlovingstijd!

‘Het is de toon die de muziek maakt’. Als een man of vrouw van een langdurige vriendschap een relatie zou willen maken is het wenselijk om ‘je vriend of vriendin’ niet te overvallen met seksuele voorstellen. Je zult helaas van voor af aan moeten beginnen en ‘je geliefde’ voor je moeten winnen.

Wat mij betreft is het gewoon weer tijd voor ouderwetse etiquette en duurzaamheid, in plaats van ‘het groffe graaiwerk’.
Ouderwets? Misschien.

Maar kijk naar de mode, oldtimers, de seizoenen, eb en vloed, groene zeep, zegeltjes sparen, kippen houden, een moestuin aanleggen, kleding en kleedjes haken etc…
Alles wat goed is, komt uiteindelijk weer terug.

Goed spul (2)

Goed spul (2)

De volgende ochtend sta ik nog vroeger op vanwege de 20 minuten olie trekken. Vol verwachting stop ik een eetlepel lijnzaadolie van een koude persing in mijn mond. Normaal gooi ik deze door de salade. De eerste vijf minuten gaan prima. Ik trek, duw en pers het goedje langs mijn tanden. Na zo’n zeven minuten komt de weeïge smaak van lijnzaad goed tot zijn recht. Het doet mij denken aan een mondvol sperma. Dat kon ik toen rap doorslikken, in tegenstelling tot dit spul. Na een klein kwartier krijgt een braakneiging de overhand en moet ik vluchten naar het toilet. De uitgespuugde olie ziet helaas niet hagelwit. Kak, niet lang genoeg getrokken. Dit betekent dat er dus nog veel afvalstoffen in mijn mond herbergen. De gore smaak van de olie gaat na drie keer tanden poetsen ook niet weg.
‘Godgloeiendegloeiende.’ Denk ik. Ik blijf wel een dame natuurlijk.

Die lijnzaadolie gaat het niet worden. Ik stap over op kokosolie en scoor een goedkope pot bij de plaatselijke toko. Drie euro voor 500 gram witte pasta. Ik kan bijna niet wachten tot het weer ochtend is, zodat ik kan gaan spoelen voor een gezond lijf. De wekker staat inmiddels op 05.30u. Gezondheid is afzien.
Buiten is het donker en binnen is het koud als ik een eetlepel harde kokosolie in mijn mond prop. Moeizaam kauw ik hele brokken weg en ga ondertussen maar iets leuks doen. Zoals ontbijt maken. Wat ik pas mag consumeren op mijn werk aangezien er een half uur moet zitten tussen trekken en eten. Ik wordfeud wat, hay day een beetje en lees de Telegraaf.
‘Negeer die harde brokken, negeren die hap, tis goed voor je,’ spreek ik mijzelf moed in. Na een paar minuten wordt de olie vloeibaar en smaakloos. Mijn speekselklieren draaien wel overuren. Zou dat een goed teken zijn? Een slikreflex moet ik onderdrukken. Wederom trek en duw ik naar hartenlust. Met moeite houd ik het 20 minuten vol en ren naar het toilet om het resultaat te bekijken. Wit, heel licht schuimend! Yes! Ik zwaai de bacteriën vaarwel en ga mijn tanden poetsen. Verbeeld ik het mij nu of worden mijn tanden al witter?
‘Je hebt anders nog steeds een ouwe kop.’ Ah, mijn spiegelbeeld is ook wakker.
‘Wacht maar. Ik spreek jou nog wel. Eens kijken of je over een week nog zo’n grote bek hebt,’ dreig ik en zet een allerliefste glimlach op. Ja hoor. Ik zie toch echt een wit, glad gebit. Tevreden over dit fantastische resultaat steek ik mijn tong uit naar mijn spiegelbeeld en gooi snel het licht uit. Die witte waas trekt vast nog wel weg.

’s Avonds toon ik trots mijn mooie tanden aan Pierken.
‘Goed hoor, lief. Ga je vanaf nu iedere ochtend echt om half zes je nest uit?’
Wat een vraag! Ik heb eindelijk het licht gezien en dat door slechts 20 minuutjes per dag afzien. Daar sta ik met liefde midden in de nacht voor op. Trouwens, als die vette, harde brokken olie eenmaal vloeibaar worden in de mond is het príma te doen! Pierken heeft echter ook zijn huiswerk gedaan.
‘Lieverd, is dat wel de goede kokosolie? Moet het geen biologische zijn?’
‘Ach, dat maakt toch niet zoveel uit? Toch? Toch!’ Dit wil ik helemaal niet horen, maar de twijfel slaat toe. Wat als ik de verkeerde olie heb gebruikt? Die witte streep op mijn tong had ik eerder niet. Dacht ik.
Al googelend op *naam van de kokosolie en olie trekken* kom ik op een forum waar meerdere mensen met hetzelfde dilemma worstelen. Is deze kokosolie geschikt voor oil pulling? Een bevredigend antwoord blijft uit.
De volgende ochtend neem ik het zekere voor het onzekere en besluit een dagje trekken en duwen over te slaan. De wekker gaat vier keer op repeat.
Bij een reformwinkel koop ik biologische olie. Een tientje voor 200 gram. De dagen daaropvolgend spoel, trek en duw ik. Die harde stukken in mijn mond blijven vervelend, maar de smaak van echte kokos én de wetenschap dat ik goed bezig ben maakt veel goed. Oké, een beetje. Na vier dagen vind ik 10 minuten spoelen per dag lang zat. Het aantal bacteriën zal nu toch wel flink gereduceerd zijn.

Het weekend blijkt een obstakel te zijn. Romantisch ontbijten op bed zit er niet meer in. Ik ben 10 tot 20 minuten lang niet aanspreekbaar vanwege een mondvol bacteriën. Na twee weken acht ik mijzelf gezond genoeg. Kokosolie is ook heel goed geschikt om in te bakken. Of om je haar mee te stylen. Voldoet prima als biologische nachtcrème. Ja, wat mij betreft komt die pot best leeg. Ik heb trek in wijn en een vette bek in de vorm van patat. Op de hoek zit een Gall en Gall. Daar trek ik drie flessen rosé uit een rek. Het water loopt in mijn mond.
Die avond lig ik op de bank, de tv staat aan en ik zucht verheerlijkt tegen Pierken:
‘Die rosé, hè. Das pas goed spul!’

 

Over de datum

Tien jaren zijn verstreken sinds ik uit het gezinsleven ben gestapt. In de afgelopen jaren heb ik in mijn kennissenkring een aantal manspersonen verzameld waar ik nooit een fysieke relatie mee heb ontwikkeld.
Het zijn waardevolle kennissen waarmee ik eenzelfde soort humor of levensinstelling mee deel.
Mijn motto om geen exen of anderszins gecompliceerde liefdesrelaties op mijn facebook te hebben, houd ik hoog in het vaandel. Dat zorgt namelijk alleen maar voor complicaties.

Je zou denken dat iedereen met de jaren ‘wijzer’ wordt.
Helaas begin ik daar in sommige gevallen sterk aan te twijfelen.
Een fenomeen wat zich de laatste maanden aandient is iets waar ik mijn hoofd over heb gebroken en nog steeds…
Ik begrijp het gewoonweg niet!

Oude, nooit ontvlamde relaties, dienen zich na jaren vriendschap aan via privé berichten, waarin ze onverwachts vreemde voorstellen doen alsof het gisteren was dat we een date hadden.

Casus:
Een man waar ik vijf jaar geleden enkele dates mee heb gehad, en waar ik nu vier jaar en elf maanden bevriend mee ben stelt me ‘out of the blue’ voor om bij mij te komen slapen. ‘Samen slapen is veel gezelliger …,’ stelt hij suggestief voor.
Mijn innerlijke reactie is: *WTF.
Mijn reactie naar hem is: ‘Dit voorstel maakt me heel ongemakkelijk.’
Wat ik écht had willen zeggen is: Hoe haal je het in je hersenpan te denken dat je mij na vijf jaar zo’n voorstel kunt doen? Ben je niet helemaal lekker in je achterknieën? Ik dacht dat we vrienden waren, maar dat heb je dan nu mooi verkloot!

Aangezien dit nog maar één van de vreemde ‘out of the blue’ voorstellen van mannelijke kennissen in de laatste weken is, ben ik na lang nadenken tot de volgende theorie gekomen:

Tien jaar is lang en aangezien ook ik niet meer zo fris en fruitig ben als toen, zijn die mannen dat ook niet. Het daten en aan de haak slaan van aantrekkelijke dames verloopt aanzienlijk moeizamer en uit ‘nood’ grijpen ze terug naar hun oude archieven waar ze wanhopig een poging doen om nog te redden wat er te redden valt.
Oftewel, ze scrollen wanhopig door hun social media en fone en sturen berichten naar dames die al die tijd in hun archief op de reservebank zaten.

De volgende boodschap is dan ook voor de mannen die in blinde paniek door de voortschrijdende jaren, terugtrekkende haargrens, buikvorming en fronsrimpels in het wilde weg rare voorstellen aan dames uit hun verleden doen.

Heren,

Jullie werkwijze en botte manier van benaderen is uitermate beledigend.
Bovendien zijn jullie ver over de datum en te laat. Veel te laat …

Goed spul (1)

5.50u. Ik word gewekt door het alarm van mijn telefoon en twijfel of ik hem op repeat zal zetten. Toch maar niet. Snel swipe ik het geluid uit om mijn partner niet wakker te maken. Met enige tegenzin stap ik uit bed en onder de douche.
‘Wat krijg jij een ouwe kop, zeg.’ Mijn spiegelbeeld is zoals gewoonlijk weer erg complimenteus.
‘Nee, jij trekt volle zalen,’ sis ik terug. Ze heeft geen ongelijk. De kreukels in mijn gezicht verdwijnen pas in de loop van de ochtend en de eens zo schattige lachrimpeltjes blijven ook hardnekkig aanwezig als ik mijn neutrale werkblik opzet. Om mijn goede humeur te behouden laat ik de weegschaal vandaag met rust. In de keuken flikker ik bevroren fruit samen met wat magere kwark in de blender. Een voorraad pillen ligt op het aanrecht te wachten. Vitamine C, B en E. Verder nog drie nagel- haar- en huidtabletten en een paar glucosamine kanjers. Dit alles word weggespoeld met groene thee. En passant brand ik mijn mond.  ‘Godgloeiendegloeiende!’ Ja, ik vloek ladylike in stilte en blus mijn tong met het geblenderde fruithapje.
Een blik op de klok vertelt mij dat ik rap weg moet. Ik ga met de fiets naar het station. Snel prop ik drie sneetjes speltbrood in mijn tas en ren de trap af.

Eens in de zoveel tijd heb ik een gezondheidsmanie-aanval. Meestal na een periode van teveel wijn, teveel sigaretten, teveel bankhangen en teveel bourgondische maaltijden. Dan zweer ik de alcohol en nicotine af, scrub mijn huid en leef gezond. Ga ik drie keer in de week sporten en laaf mijzelf aan groene thee en cafeïnevrije koffie. Salades en wok groenten zijn niet aan te slepen en de grill doet goede dienst voor vegetarische biefstukjes.
‘Heerlijk hè, deze nieuwe levensstijl!’ Roep ik dan enthousiast naar Pierken die alleen nog maar knikt.
‘Heel goed, schat. Volgens mij zie je er al een jaar jonger uit.’ Na een aantal dagen sla mee-kauwen is hij echter toe aan een kip roti van de Indo en heb ik een wijntje verdiend. Vind ik. Omdat ik zo goed bezig ben met mijn nieuwe levensstijl. Bij het derde glas kan daar best weer een peukje bij en die sportschool staat er morgen heus ook nog wel. Daarmee is het hek van de dam en val ik terug in oude gewoonten. Deze cyclus herhaalt zich zo’n zes keer per jaar.

Maar zo niet deze keer. Nu ga ik echt volhouden, heb ik mij voorgenomen. Dit voornemen loopt vooraf synchroon met de genoemde cyclus.

Op het station aangekomen veeg ik met mijn sjaal de BB-cream van mijn bezwete gezicht en trek een Metro uit de bak. De treinreis naar het ziekenhuis waar ik werk duurt precies 11 minuten en dat is net te kort om het krantje helemaal door te spitten. Ik scan de headlines en blijf hangen bij een interessant artikel: Oil pulling. Oftewel, olie trekken.  Voor mij iets totaal nieuws.
De Metro vertelt het volgende:
Oil pulling is een eeuwenoude methode om je lichaam te ontdoen van gifstoffen op een simpele en natuurlijke manier.
Deze manier van ontgiften is door de jaren heen in vergetelheid geraakt. Dr. Fedor Karach (een oncoloog uit Rusland) heeft de ontgiftingskuur weer in de belangstelling gebracht nadat hij door de kuur was genezen van een chronische bloedziekte. Oil pulling vindt zijn oorsprong in India, waar mensen deze goedkope manier van ontgiften al jaren toepassen voor verschillende aandoeningen en kwalen. Dr. Fedor Karach beweert dat oil pulling baat heeft bij een heleboel ernstige, maar ook minder ernstige kwalen.

Mijn interesse is gewekt door het artikel. Eenmaal thuisgekomen lees ik meer over dit verschijnsel en wat het met je doet.
Wittere tanden, gezonder tandvlees, dik glanzend haar, een verbetering van de huid en gewichtsafname. Kijk, dat moet ik hebben!
Oja, het helpt ook tegen hoge bloeddruk, migraine, hoge bloedsuikers, blablabla. Mijn ogen glijden vluchtig langs deze voor mij overbodige informatie, op zoek naar de werkmethode van dit mirakelse wonder.
Het blijkt heel simpel. Men neme een olie van de eerste persing, kokosolie mag ook en je stopt een eetlepel op de nuchtere maag in de mond. Nu dien je gedurende 20 minuten de olie door je mond te persen en te duwen. Indien je dit te fanatiek doet riskeer je tongkramp. Rustig trekken is dus geboden!
Na 20 minuten hebben alle bacteriën uit je mond zich gebonden aan de olie en spuug je het goedje uit. Absoluut niet doorslikken. Vanwege die bacteriën. Levensgevaarlijk! Door deze techniek reinig je je gehele lichaam waardoor diverse klachten als sneeuw voor de zon zullen verdwijnen. Hoe gemakkelijk is dat, zeg! Ik raak enthousiast. Weg met alle dure pillen, sla en scrubzout!

Olie wordt mijn grote vriend…

 

Lenteperikelen

Als ik met mijn hond wandel, zie ik op het fietspad onder het viaduct een damesfiets op de grond liggen. Een zwarte wollige hond zit aan de fiets vastgebonden en kijkt me droevig aan. De schrik slaat me om het hart. Is er soms iets ergs gebeurd?
Midden op de weg staat een jonge vrouw, net als ik in joggingbroek, voor een bestelbusje te springen. Ik zie de man achter het stuur zijn handen in wanhoop opheffen.
Is ze aangereden?

Mijn brein draait op volle toeren. Er komt helaas geen idee naar boven voor een reddingsactie, omdat ik niet weet wat er aan de hand is.
Ik loop met mijn kleine wolbal naderbij en zie iets bruingrijs, ter grootte van een flinke rat met grote voeten, onder de bestelbus vandaan schieten. Uit het beestje schalt een tenenkrommend schel gesnater.
Het is een eendje! Geen piepkuiken, maar meer de peuterleeftijd.

De jonge vrouw ligt inmiddels op haar knieën op de weg, met haar hoofd onder de bestelbus als ik ‘die kleine’ vanonder de bus in een naastgelegen heg zie schieten.
‘Hij zit in de heg!’ schreeuw ik naar de vrouw, die gelukkig opkijkt. De chauffeur ziet dat de vrouw vanonder zijn auto vandaan kruipt en scheurt verder.

Een wilde eenden achtervolging volgt.
Het kleine eendje is volledig in paniek, de jonge vrouw inmiddels ook en ze roept dat zijn vader en moeder in de sloot verderop zitten. Terwijl ik stelling neem naast de weg, zodat ‘de kleine’ niet nogmaals het risico loopt om geheel geplet zijn nog korte leven te eindigen, rent zij tussen de auto’s door en volgt mijn aanwijzingen.
‘Links, links! Nee, nu onder die struik, rechts. Nee, links!’
Mijn kleine hond trekt ondertussen flink aan de riem. Ik weet zeker dat hij wil helpen want hij heeft een lief karakter, maar ik ben bang dat het kleine eendenhummeltje daar niet rustiger van wordt. Ik prop hem onder mijn arm waar hij gelaten blijft hangen.

Opeens hoor ik een klein koor van gesnater naast mij. Een mannetjes- en vrouwtjeseend inclusief twee kleine eendjes van dezelfde leeftijd als de paniekvogel staan naast mij, kijken me aan en snateren luidkeels. Ze willen mij iets vertellen.
Samen met de vrouw jaag ik het afgedwaalde eendje richting familie eend en wat er dan gebeurt is prachtig.

Vader, moeder en hun twee kinderen kruipen onder de heg waar ‘die kleine’ zit te trillen van angst. De jonge vrouw staat aan de ene kant van de heg en ik aan de andere kant. Vanuit de heg komt een boel gesnater in alle toonaarden.

Niet lang daarna komt familie eend geluidloos en beheerst de heg uit gewaggeld. Vader voorop, moeder erachter en drie kuikens in het gelid erachteraan.
De vrouw en ik kijken elkaar aan, vertederd door deze prachtige familiehereniging. Het familiediner is er niks bij.

Familie eend loopt richting sloot.
Vlak voordat vader het steile talud afdaalt, kijkt hij nog even om en knipoogt, maar dat kan ook mijn verbeelding zijn.

Statiegeld non grata

‘Nee.’
‘Nee, hoor.’
‘Nope.’
Dit zijn mijn antwoorden op de routinematige vraag van de Aldi- kassière of ik nog lege flessen heb ingeleverd bij het afrekenen. Normaliter koop ik namelijk nooit frisdrank. En zeker niet bij deze winkel. Tot ik toch eens ga kijken bij de leeggedronken wijnflessen die in onze schuur staan. Uit een soort van laksheid gooien we die altijd in een verhuisdoos. En warempel, er ligt zowaar een Aldifles tussen. Een gehavende anderhalve liter fles bronwater van een duur ogend merk, maar wat ongetwijfeld zo rond de 40 cent heeft gekost.

Verheugd dat ik eindelijk eens een positief antwoord kan geven bij het afrekenen taai ik af naar de supermarkt. Nadat ik een lange rij bij de kassa heb getrotseerd, bedenk ik mij dat de desbetreffende fles nog ingeleverd moet worden.
Godgloeiende, met een volle winkelwagen moet ik mijzelf terug manoeuvreren uit de rij naar de flesinleverautomaat. Waar staat dat kreng? Oja, natuurlijk dicht bij de kassa’s. Hoppa, daar gaat ie. Door de deuken in de fles moet ik hem drie keer teruggooien in de koker. Maar dan heb je ook wat. ‘15 cent retour’ geeft de display aan. Ik druk op ‘bonnetje’ en laat het papiertje uit mijn handen vallen. Door de airconditioning waait mijn statiegeld op de kratrail die direct daarop in werking treedt. Buitengewoon goed afgesteld op gewicht blijkbaar. Mijn bonnetje verdwijnt dus op de lopende band in het niets. Ik grijp als een debiel kansloos in het luchtledige en een blonde dame op hoge hakken die achter mij flessen wil gaan inleveren lacht mij toe.
‘Nounou, das pech hebben, zeg. Fijne dag nog.’
Ja, jij ook, kut, denk ik bij mijzelf en glimlach allervriendelijkst naar haar.
‘Och, tis maar geld, hè.’ Alsof ik niet gebrand ben op elke cent die ik terug kan vorderen. Ik ga niet voor niets naar de Aldi.

Nu kan die 15 cent mij niets schelen, maar het gaat mij om het principe. De Aldi verkoopt helemaal niets in kratten, dus die optie bij de inleverautomaat is volledig overbodig. Alle flessen zitten verpakt in plastic en het bier in wegwerpblikken. Waarom dan een krat-inlever-optie? Die als lopende band al gaat werken als er een mug op landt?
‘Heeft u nog lege flessen ingeleverd?’ Na opnieuw een hele poos in de rij te hebben gestaan ben ik niet echt amused.
‘Jazeker, ik heb een fles ingeleverd.’
‘Mag ik dan het statiegeldbonnetje?’
‘Natuurlijk. Loopt u maar even mee.’
‘Uhm? Hoe bedoelt u?’
‘Wilt u even meelopen of anders een collega roepen om mijn bonnetje te traceren? Die ligt namelijk in de opslagruimte van de niet bestaande kratten die jullie verkopen.’

Dat wil ze niet en gezien de lange rij klanten achter mij kan ik er nog begrip voor op brengen ook. Ik heb het erbij gelaten en met een groots gebaar de 15 cent geschonken aan degene die aan de andere kant van de loopband stond. Zijn of haar dag zal weer goed geweest zijn. Uit betrouwbare bron heb ik namelijk vernomen dat Aldimedewerkers niet al te best betaald worden. Mijn bronwater haal ik overigens voortaan gewoon uit de waterkraan. Statiegeld geen. Beter.

Afbeeldingsresultaat voor statiegeld inleveren aldi

Een geweldig leven

Twee weken terug heb ik me weer eens ingeschreven op een datingsite.
Aangezien mijn inspiratie voor columns over mannen, vrouwen en de liefde inmiddels wel uitgeput was, dacht ik dat het misschien nieuwe stof tot schrijven zou kunnen opleveren.

Dat doet het.
Niet in de vorm van wilde hilarische avonturen, maar meer over de houding van de man.

Wat de man mij tegenwoordig te melden heeft is eigenlijk heel to the point.
Ze hebben een heerlijk leven, willen wel een date, maar kunnen eigenlijk geen date plannen (dat vroeg ik ook niet, wat zeg ik, zij begonnen tegen mij te kletsen…) en roepen iets over ‘druk’, ‘vroeg weer op’, ‘geweldige baan’, ‘als het weer rustig is’, ‘met mijn vrienden’, ‘voetballen’, ‘concerten met mijn hartsvriendinnen’ e.d.

Als ik ze daarna veel plezier en een goed leven wens, zijn ze meestal verbaasd, soms zelfs boos.

Schiet mij maar lek.

Heel af en toe, puur voor mijn eigen vermaak, ga ik de discussie aan en vraag hem op de ‘gelukkige man’ af: waarom zit je op een datingsite?

De antwoorden variëren van, ‘yolo’, ‘misschien ooit een leuke vriendin’, ‘ik zie wel’, ‘voor de lol’, ‘je weet maar nooit’.

Nou word ik bijna nooit aangesproken. Of dat door mijn tekst komt – Een beetje een vrijbuiter, geen meeloper, werkt veel thuis (schrijver) dus zou leuk zijn af en toe iets te ondernemen met gezellige man, die in ieder geval ABN spreekt en af en toe een boek inkijkt. Anders is het zo lastig communiceren. – of door mijn strenge uitstraling laat ik maar in het midden.
In ieder geval lig ik niet goed in de markt.

Diegenen de me een berichtje sturen zijn allemaal heel tevreden, hebben een zeer druk sociaal leven, zijn heel gelukkig en hebben geen wensen.

Ik wens ze, meestal ten overvloede, een heel gelukkig leven en schrijf vervolgens een column.

Deze dus.